Smijten met beelden

Het is een vreemd schouwspel. In het grote stadion van Constantinopel lopen honderden monniken in een processie. De gezichten van de monniken zijn getekend door weerzin en afgrijzen. Ze zijn gevangenen en aan de hand van elke monnik loopt een vrouw. Op de tribune zit een grijnzende keizer, Constantijn V.

Wat een hekel had hij aan het eeuwenoude bijgeloof in de verering van relieken, de adoratie van Maria en het idee dat mensen heiligen worden genoemd. Het meest gekeerd was hij tegen de alomtegenwoordige aanwezigheid van iconen. Mensen die knielen voor deze afbeeldingen van Jezus of heiligen, die ze kussen en waar ze kaarsen voor branden. Heeft niemand hen ooit uitgelegd wat het tweede gebod is? De Schrift is toch overduidelijk: ‘maak geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is, of van iets beneden op de aarde, of in het water onder de aarde’.
De plaatsen waar dit verachtelijke bijgeloof gevoed werd en waar deze iconen werden gemaakt, kregen het zwaar te verduren onder Constantijns bewind. In de tweede helft van de achtste eeuw werden kloosters geplunderd, iconen vernield, en monniken gevangen gezet. Het is de eerste periode van iconoclasme – beeldenstorm – in het Byzantijnse rijk.

Iconoclasme is iets van alle tijden en plaatsen. In de vierde en vijfde eeuw moesten de beelden van de Romeinse staatsgodsdienst het ontgelden. Zelfbewuste christenen maakten korte metten met de goden van het Romeinse pantheon. Een paar eeuwen later waren het moslims in Perzië die de christelijke iconen en fresco’s vernielden. Niet zozeer omdat deze beelden christelijk waren, maar omdat de Koran duidelijk voorschrijft dat representatieve kunst verboden is.
Mogelijk door de opkomst van de Islam en vanwege theologische redenen, vinden er in de 8e en 9e eeuw  periodes van iconoclasme plaats in het Byzantijnse rijk. De reformator Zwingli zou er zijn goedkeuring aan hebben gegeven, want eeuwen later tijdens de Reformatie, houden de protestanten huis in Katholieke kerken. Beelden worden verwoest en de muren waar bijbelse taferelen op beschilderd zijn, worden witgepleisterd.

Vandaag de dag zijn iconen niet meer weg te denken uit de Orthodoxe wereld. Hevige debatten en tumultueuze concilies zijn hier aan voorafgegaan. Voorstanders van iconoclasme en vele rationele gelovigen zijn van mening dat God niet gerepresenteerd kan worden in beelden. Verering van beelden is niets anders dan afgoderij. De verdedigers van iconen hebben een andere mening. Was Jezus zelf immers niet een beeld van God. In de woorden van de heilige Theodorus: “Net zoals de Zoon het beeld is van de Vader, die wordt aanbeden door hem, zo is ook de icoon het beeld van de Zoon, die daardoor wordt aanbeden.”

Uiteindelijk zijn het de vrouwelijke regenten, Irene en Theodora, in het Byzantijnse rijk geweest die de  iconenverering weer in ere hebben hersteld. En wanneer over een paar weken in de Orthodoxe kerk weer het Grote Vasten begint, zullen gelovigen, priesters en monniken in processie door de straten gaan. In hun handen houden ze iconen. Het is de herinnering aan het herstel van de iconenverering, het is de triomf van de Orthodoxie.

Afbeelding: een eenvoudig kruis. Voorbeeld van iconoclastische kunst in de Hagia Irene in Istanbul

Gerelateerde artikelen