Press "Enter" to skip to content

Niet in mijn Naam

Doop van Contantijn, leerling van of Raphaël, ca 1520 (in Vaticaans Museum)

De kruistochten, de Spaanse reconquista, de godsdienstoorlogen… in naam van het kruis zijn vele honderdduizenden mensen gedood en is de Europese geschiedenis getekend door rivieren van bloed. Macht en religie, macht en het christendom. Het is een bloedige cocktail die eeuwenlang de geschiedenis van het christendom in Europa heeft bepaald. Een samensmelting die ons terugvoert naar de grote omwenteling in het christendom, naar de man die door een droom het lot van het christendom bepaalde.

We schrijven het jaar 312. Er woedt een hevige strijd om de keizerlijke kroon. Eén van de troonpretendenten, Constantijn, marcheert zijn legers naar Rome. Een veldslag met zijn tegenstander is onvermijdelijk. En dan gebeurt het. Constantijn krijgt een visioen. Een verlicht kruis straalt boven een zon. In hoc signo vinces – in dit teken zult gij overwinnen. De volgende morgen laat Constantijn zijn soldaten een christelijk teken aanbrengen op de schilden. De eerste letters van Christus, het zogeheten Chi-Rho-(☧)-teken, prijken op de wapenrusting van Constantijns soldaten en de overwinning wordt behaald. In Christus’ naam wordt de vijand verslagen. Macht en het christendom zullen vanaf dit moment onafscheidelijke bondgenoten worden in de vele eeuwen die volgen in Europa.

Het is misschien wel de meest opmerkelijke wending in de geschiedenis. Nog geen tien jaar eerder, ontketende keizer Diocletianus de sterkste en bloedigste christenvervolging uit de Romeinse geschiedenis. Hoewel de christenen dan nog een kleine minderheid zijn, moeten zij worden uitgeroeid. Ze participeren niet in de keizercultus en ze zijn de ideale zondebok in een roerige tijd. Kerken worden vernietigd, samenkomsten worden verboden en priesters, diakenen, exorcisten, voorlezers en vele anderen worden opgesloten, gemarteld en gedood. De nacht is op zijn koudst vlak voordat de zon opkomt. Niemand had toen kunnen dromen dat het christendom binnen tien jaar erkend zou worden als godsdienst en dat deze religie aan het einde van die vierde eeuw zou uitgroeien tot de staatsgodsdienst van het Romeinse rijk.

Hoe het christendom zich zou hebben ontwikkeld zonder de droom van Constantijn zullen we nooit weten. Wel heeft de kerk veel aan Constantijn te danken. Daarover in een volgend blog meer.
Het is daarom niet verwonderlijk dat hij zeer positief wordt geportretteerd. Zo ook in het beeld van zijn doop. De werkelijkheid is echter weerbarstiger. Constantijn wordt niet als jonge man gedoopt om  vervolgens een christelijk leven te leiden. Nee, na zijn visioen in 312 zal er nog veel bloed aan zijn handen kleven. Bloed van vele tegenstanders, bloed van zijn oudste zoon en tweede vrouw. De zaligsprekingen zijn niet aan hem besteed, en het gebod van vijandliefde zou hem vreemd in de oren hebben geklonken.
Pas op zijn sterfbed zal hij zich bekeren tot het christendom. In het geloof dat al zijn zonden worden afgewassen, laat hij zich dan dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.