Press "Enter" to skip to content

Het Grote Gebeuren

“Onze aardbol is rond en alom heerst op haar het woeden der geschiedenis. Revoluties golven, tronen wankelen, kronen rollen, bommen vallen, kreten stijgen op, bloed vloeit. Maar één gemeente ken ik, die daar ligt, nog even onberoerd als op de dag der schepping: Rijssen….” (Belcampo, ‘Het Grote Gebeuren’)

Helaas ontkomt zelfs Rijssen deze dagen niet aan het woeden der geschiedenis. Of je nu in Amsterdam, Utrecht, Chiang Mai of Rijssen woont, de verhalen over aanslagen, vluchtelingenstromen en moorden komen op elke tablet en op elke smartphone binnen. Menigeen in Nederland zal deze dagen met een ongemakkelijk gevoel over Utrecht Centraal lopen en in Chiang Mai is de angst zichtbaar in extra controles voor shoppingmalls en bewaking in het oude centrum.
Deze tweede stad van Thailand is een toeristische hotspot en na de aanslag in Bangkok vorige week zoemen de geruchten dat dit wel eens de volgende plek zou kunnen zijn. Een bewaker van de nieuwste shoppingmall vraagt me of ik even wil wachten. Met spiegels wordt de onderkant van mijn auto gecontroleerd en na een vriendelijke glimlach mag ik verder rijden. Via mailalerts worden de buitenlanders via de ambassades gevraagd om de drukke en toeristische plekken te mijden. De Thai zelf lijken daar weinig boodschap aan te hebben. Wel is er een onderdrukte angst voor wat er verder nog komen gaat. Zolang de daders nog niet bekend zijn, blijft het gissen en doen de wildste geruchten de ronde. Zijn het de Roden, wier grote held Thaksin nog steeds in ballingschap leeft, zijn het de zuidelijke moslimrebellen, is het misschien de militaire dictatuur zelf. De druk op de junta wordt groter om verkiezingen uit te schrijven en de kritiek neemt toe. Economisch gaat het steeds slechter en een aanslag zou het middel zijn om de bevolking te laten inzien dat ze gebaat zijn bij een strakke militaire hand. Of zijn het toch buitenlandse elementen en is Thailand ook slachtoffer van internationaal terrorisme.

Mijn Birmese studenten hebben andere zorgen aan hun hoofd. Bij hen geen discussies over de daders van de aanslag in Bangkok, over vluchtelingenstromen in Europa, of over de dreiging van islamitisch terrorisme. Aan de lunchtafel op McGilvary College was er onder de etnische minderheden uit Birma de afgelopen dagen maar één gespreksonderwerp: de vredesonderhandelingen met de Birmese overheid. Met het oog op de verkiezingen dit najaar wil de overheid goede sier maken met een vredesakkoord, maar de Kachin, de Karen, de Shan en andere bevolkingsgroepen zijn sceptisch. Vele malen hebben ze al soortgelijke verdragen ondertekend, maar telkens laaiden de gevechten weer op. De Karen hebben inmiddels getekend en nu worden de Birmese troepen samengetrokken om de Kachin te omsingelen. Met het mes op de keel worden ook zij gedwongen om te tekenen. En terwijl een Kachin student me deze situatie uitlegt, staat een ander op: “I am ready to take up the gun and fight the Birmese army if they ask me”.

Het is teveel voor ons. Soms willen we even geen nieuwsprogramma’s meer zien, geen nos.nl of nu.nl meer op onze computers. Sommigen verlangen terug naar het dorp van Wim Sonneveld of het Rijssen ten tijde van Belcampo, anderen plannen niets meer en bespeuren in alle nieuwsfeiten tekenen van Het Grote Gebeuren. Hoe het ook zij, de woorden toegeschreven aan Maarten Luther klinken deze dagen als een verademing in mijn oren: “zelfs al zou ik weten dat de wereld morgen in stukken uiteenvalt, ik zou toch mijn appelboom planten”.