Press "Enter" to skip to content

Witte Wieven

“Opeens maakte de oude vrouw haar haren los. Lange zwarte haren hingen voor haar gezicht. Ze zwaaide heen en weer, ze boog, danste als een heks en haar ogen werden bloedrood. ‘Ga weg! Ga weg!’ schreeuwde ze met een ondermaanse stem.”

Een studente verhaalt over haar eerste ervaring met geesten. “Het was in India” vertelt ze en “sinds deze gebeurtenis ben ik pas echt gaan geloven”. Birmese studenten knikken beamend en vervolgens buitelen de verhalen over demonen, bezeten groene varkens in de jungle, dode kinderen en onverklaarbare pijnen over elkaar heen. De geest is uit de fles. Naar aanleiding van een exorcisme verhaal uit het Mattheus Evangelie komt de ware volksreligie naar boven. Ik ben weer in Azië.

En hoewel de witte wieven in Nederland via het Sinterklaas journaal weer via de achterdeur naar binnen komen, hebben wij westerlingen de afgelopen decennia zo ongeveer alle demonen uit de bomen verbannen. Ik zit naast een eerstejaars student die vorige week veel tijd in het ziekenhuis heeft doorgebracht. Hij begint te vertellen over zijn ziektes, zijn jeugd en de moeilijkheden die hij heeft meegemaakt als kind. “Mijn vader is een sjamaan” zegt hij ineens plompverloren. “Nog steeds?” vraag ik. Hij beaamt het en hij legt uit dat hij voorbestemd was om in zijn voetsporen te treden… “totdat een tante mij het Onze Vader leerde”.

Niet alleen in Thailand en Birma, maar ook in de omringende landen als China, Cambodja en Indonesië zijn er vele verhalen over het animisme dat de officiële religies doordesemt. Het was één van de onderwerpen dat vorige week ter sprake kwam tijdens een regionale ontmoeting van Kerk in Actie collega’s hier in Chiang Mai (zie hiervoor de blog van Henriëtte Nieuwenhuis http://www.kerkinactie.nl/actueel/2015/11/een-historische-bijeenkomst uit Indonesië) . Hoe ga je als westerling om met een christelijk beleven dat zo vermengd is met de volkscultuur? Een vraag die ook aan ons gesteld kan worden, want het begint met in de spiegel kijken. Voordat we eerst iets van het unieke van het joods-christelijke denken kunnen verstaan, moeten we de heiden in onszelf ontdekken en zien dat wij soms ook ‘zwijgen bij volle maan’.

Mijn studenten begrijpen het ongeloof van de westeringen en mijn lichte scepsis niet, wanneer zij verhalen over geesten die in laadbakken van vrachtwagens worden vervoerd wanneer een begraafplaats verplaatst wordt. “Je zag dat de truck overladen was adjaan.”
Ik vroeg de studente wat ze eigenlijk deed toen ze oog in oog stond met die oude bezeten vrouw. Ze kijkt me aan en zegt: “Ik sloeg haar keihard met mijn bijbel op haar hoofd.”