Op de grens van de hoop

Posted on Feb 25, 2016

Het is vroeg in de morgen. Naanbrood, worstjes en gebakken eieren staan op een lange tafel in een grote vervallen ruimte. Naast me zit een gepensioneerde generaal van het Karen bevrijdingsleger. Terwijl zijn vrouw in de laatste fase van haar leven in de kamer naast ons verpleegd wordt door haar dochters, spreekt hij over dat wat was en bovenal over dat wat zal zijn in dit grensgebied van de hoop.

Een aantal dagen spendeer ik weer op de grens van Thailand en Myanmar, nabij Mae Sot. Mijn student, pastor Thap, werkt met veel smaak de worstjes en de eieren naar binnen. Hij verontschuldigt zich voor de zoveelste keer deze dagen dat ze alleen maar de zakjes 3 in 1 koffie hebben, wetende dat mijn persoon verslaafd is aan zwarte koffie. De generaal kijkt me nog eens aan en zegt dat ik precies lijk op een Amerikaanse soldaat die zijn eenheid had getraind vele jaren geleden in de jungle. “precies diezelfde blik en hetzelfde haar”. Ik vraag wat er met hem gebeurd is. “Hij was overmoedig en kreeg een kogel van de Birmezen door z’n hoofd”….

Het lijkt een verhaal uit lang vervlogen tijden. Hoewel het nog maar enkele jaren geleden is dat er aan de andere kant van de rivier flink gevochten werd, waait er hier een wind van vooruitgang. Shoppingmalls, autozaken en restaurants ontspringen hier als paddestoelen uit de grond, economische zones worden aan beide kanten van de grens gerealiseerd en de Thai ontsluiten dit gebied nu definitief door de meest dodelijke bergweg van Thailand naar dit gebied te verbreden. De generaal voorspelt me dat de kampen hier met tienduizenden vluchtelingen binnen een paar jaar zullen worden opgedoekt. “Iedereen zal weer teruggaan naar Myanmar zodra de voorwaarden helder zijn.”

Een paar dagen eerder, enkele kilometers verderop in de jungle, zie ik de zon onder gaan boven het prachtige berglandschap van Birma. Een bijbelschool student die mijn vader had kunnen zijn, kan zijn enthousiasme niet op. “Teacher, nu begrijp ik het!” Ik kijk hem vragend aan. Hij vertelt dat hij op late leeftijd tot geloof is gekomen, maar dat hij het gebod van Jezus dat je je vijanden moet liefhebben (Matt.5:44) maar niet kon begrijpen. “Ik kan toch niet houden van de Birmezen die mijn kameraden hebben gedood?” Hij spuugt nog een keer zijn beatlenuts op de grond en vertelt over zijn ervaringen als ‘vrijheidsstrijder’. Zijn verhaal mondt uit in een groots betoog over het recht op wapenbezit. Ik zie niet in wat mijn lessen te doen hebben met wapens, maar dan begrijp ik zijn associaties: “Toen we vandaag het Johannes evangelie behandelden,” vervolgt hij “en het liefdesgebod in dit evangelie bespraken (Joh.15:13 voor de liefhebbers), toen begreep ik het: Je moet je leven geven voor je vrienden, niet voor je vijanden. Ik hoef niet van de Birmezen te houden. Ik hoef alleen maar voor hen te bidden.”
Een paar andere (veel jongere) studenten vangen het gesprek op en lachen. Uit respect voor de oude soldaat zeggen ze niets, maar zij hebben duidelijk met andere oren naar mijn lessen geluisterd. Zij zijn niet bezig met het verwerken van het verleden, maar ze willen verandering. Ze willen helpen om hun land weer op de bouwen. Ze willen terug naar het dorp waar ze vandaan kwamen: naar Birma. Sommigen hebben plannen om verder te studeren in het westen, maar hun toekomst ligt in het berglandschap voor ons.

Op zondagmorgen kilometers verderop sta ik weer op dezelfde grens. De armoede lijkt hier schrijnender dan in de buurt van de grote stad, maar de kinderen zingen er niet minder om. Uit de kelen van tientallen Birmese kinderen worden de mooiste klanken voortgebracht. Het is 7.00 uur en een nieuw kerk wordt ‘ingewijd’. Terwijl voor het hutje naast de kerk een vrouw knielt voor een Boedhistische monnik, loopt een bonte stoet Karen zingend het nieuwe witte kerkje binnen. Boeddhisten, christenen en animisten lijken hier dwars door elkaar heen te wonen en binnen families vind je alle varianten terug. Na de inwijding gaan we met z’n allen de jungle in. We lopen door het bos naar beneden en we komen bij een kleine rivier uit. Zes mensen staan tot hun middel in het water om zodadelijk door de pastor gedoopt te worden. Met toga en al gaat hij naar de diepste plek in de rivier. Nadat deze zes ondergedompeld zijn, komt een oude fragiele man, ondersteund door twee mensen, het water in. Hij kijkt wat onzeker rond, hij heeft het koud en weet even niet of hij zijn rode longhi moet aanhouden of niet. Zijn zwaar getatoeëerde armen, nek en benen verrraden een animistisch verleden. Hij knielt in het water naast de pastor. Teleurgesteld in het animisme heeft deze 88-jarige oude man de andere Waarheid gevonden. Er is zoveel hoop hier op de grens.

 

Yangoon, 25 Februari