Press "Enter" to skip to content

Beeldvorming

ECCE HOMO Antonio Ciseri (19e eeuw)

Het is vroeg in de morgen. De zon staat nog laag, maar het plein voor het paleis van de stadhouder is al volgestroomd. Zelfs op de daken van de huizen hebben de mensen zich verzameld. We staan achter de coulissen en horen het geschreeuw van de menigte voor ons. ‘Ecce Homo’ – zie de mens – roept de man in het midden. Met een gebaar vol ongeloof wijst hij naar de veroordeelde. Zijn woorden reiken niet ver en worden overstemd door een aanzwengelend geluid: kruisig hem.

Pilatus wast zijn handen in onschuld en Jezus wordt gekruisigd. Velen van ons zullen daarom een positief beeld van deze stadhouder hebben. Zijn naam is zelfs vereeuwigd in de apostolische geloofsbelijdenis. Een feit dat hij zelf voor absurd zou hebben gehouden.

Pilatus staat in de geschiedenisboeken niet bekend als de meest vriendelijke en rechtvaardige prefect. Tien jaar lang heeft hij het bestuur over Judea en hij wordt door Philo van Alexandrië omschreven als een harde en onbuigzame man die het volk zware belastingen oplegde. Opstanden werden door de stadhouder in bloedbaden gesmoord.

In de eerste helft van de eerste eeuw is de situatie in Judea gespannen. De Joden kennen enige autonomie, maar de privileges zijn kwetsbaar. De eigen cultuur en religie mag beoefend worden, de heilige tempeldienst mag doorgang vinden, maar de prijs voor deze status quo is loyaliteit aan de onderdrukkers. De Sadduceeërs, de religieuze elite die de tempeldienst bestiert, zijn gebrand om alle mogelijke volksopstanden in de kiem te smoren. Bang dat men is om de privileges te verliezen. Daarmee hebben we misschien wel één van de belangrijkste redenen te pakken voor de aversie van de religieuze elite tegen die prediker uit Nazareth. Als halve bastaard – onwettig geboren zoon – heeft Jezus weinig te verliezen. Zijn boodschap van radicale liefde staat niet zozeer op gespannen voet met de Thora, maar hij en zijn volgelingen bedreigen wel de sociale orde. Er is onrust, de tempeldienst dreigt verstoord te raken, de Romeinen zouden kunnen ingrijpen en daarom wil de elite wil van hem af. En zo gebeurt.

De beweging die Jezus gestart heeft, bloedt niet dood. Integendeel. De volgelingen die later christenen worden genoemd willen geen politiek bedrijven. Het systeem hoeft niet omver geworpen te worden, want het einde van de geschiedenis is immers nabij. Vanuit dit perspectief, vanuit een verwachting dat de gekruisigde Jezus weer snel zal wederkeren om zijn koninkrijk te vestigen, is de enige noodzaak dat er kond wordt gedaan van deze goede boodschap. De Romeinse autoriteiten moeten daarom niet getart worden. Het beeld dat de latere evangelisten schetsen van de onderdrukkers mag dan ook niet te negatief zijn.  

Eén vrouw wendt zich af van het tafereel. We zien haar met neergeslagen ogen het toneel verlaten. De vrouw van Pilatus had een droom gehad. Deze veroordeelde is onschuldig. Ze heeft een bericht gestuurd aan haar man: ‘laat er niets zijn tussen jou en die rechtvaardige’.