Press "Enter" to skip to content

Wijn en vissen

Huis van de vissen (Ostia), 2e eeuw na.Chr.

Een gerucht verspreidt zich door de straten van Rome. Het verhaal gaat dat slaven en meesters gezamenlijk maaltijden houden op besloten plekken; dat vrouwen kunnen participeren in dezelfde cultus als mannen; dat er bloed wordt gedronken. Een oplettende wandelaar ziet vreemde symbolen en tekens verschijnen op muren en deuren.

Even buiten Rome is het een komen en gaan in de haven van Ostia. Handelaren en slaven uit het hele Romeinse rijk zetten hier voet aan wal. Het is de poort naar het hart van het Romeinse rijk. Onder hen bevinden zich mensen die verhalen hebben gehoord over een man uit Judea die uit de doden zou zijn opgestaan. Het zijn veelal slaven, handelaren en vrouwen die aangetrokken zijn door deze beweging die ook wel de weg wordt genoemd.
Eenmaal aangekomen in Ostia zoeken zij elkaar op om met elkaar de kernwaarde van die beweging te vieren, het ultieme symbool van naastenliefde, het delen van de maaltijd. Omdat er in de eerste decennia nog geen aparte kerkgebouwen zijn, is men aangewezen op de huizen en binnenplaatsen van de rijkere leden van de groep. Voor iemand die net is aangekomen in Ostia zal het niet moeilijk zijn om zo’n plek te vinden. Her en der zijn er vissen op de deuren gekrast. ICHTHUS – Iesous CHristos THeou Uios Soter – Jezus Christus Gods Zoon Verlosser. Een geloofsbelijdenis in geheimtaal.

Vandaag de dag zullen veel mensen het christendom associëren met het platteland. Daar waar de elementen nog van invloed zijn op het dagelijkse leven en waar de afhankelijkheid van God groot is. Maar niets is minder waar. Het christendom is vanouds een urbane religie.
Het zijn de steden geweest waar de predikers heen trokken, het zijn de steden geweest waar de meeste gelovigen te vinden waren, het zijn de steden waar de slaven, de verschopten, de outcast woonden. Voor hen was de goede boodschap van naastenliefde en heling, van gelijkheid en verlossing misschien wel  te mooi om waar te zijn. Maar telkens weer kreeg dat koninkrijk van liefde en gelijkheid gestalte in de agapè maaltijden.

Maaltijden waar gegeten, gedronken en gesproken wordt. Verhalen over die man uit Nazareth en zijn wonderdaden gaan van mond tot mond in de lingua franca van het Romeinse Rijk, het Grieks. Omdat die verhalen niet verloren mogen gaan, worden ze uiteindelijk opgeschreven. En zo gebeurt het dat het oudste evangelie dat we kennen – het Markus evangelie, opgetekend is daar waar veel verhalen samenkwamen; in de huizen van de Romeinse gelovigen.

Toen ik enkele jaren geleden in Thailand doceerde aan een seminarie, vroeg ik aan een Chinese student hoe hij eigenlijk christen was geworden. Hij kwam van het platteland, maar ging als enig kind studeren in een grote stad, honderden kilometers bij zijn ouders vandaan. Op een piepkleine kamer ergens in een achterbuurt trof de eenzaamheid hem hard. Hij voelde zich verloren. Op een dag kreeg hij op de universiteit een briefje in de handen gedrukt. Diezelfde avond klopte hij aan bij een huis waar hij tot zijn verrassing warm werd onthaald met wijn en vissen.