Zonde

Gepubliceerdop mrt 18, 2022

Lucas Cranach de Oude, Adam en Eva (1526)

Het is de retoriek van verderfelijke leiders en ideologieën. Van Poetin, Mao, Hitler, het communisme, het nazisme. Het kwaad is het Westen, de Joden, de kapitalisten, de niet-patriotten. Wanneer we ons zuiveren van dit kwaad, zal de heilstaat aanbreken.
Een lesje van de vroege kerkvader Augustinus zou Poetin wellicht tot andere gedachten kunnen brengen.

Misschien wel de grootste meerwaarde van de traditionele religies is dat het kwaad in de wereld niet buiten de mens wordt gezocht. Het kwaad is niet de ander, maar zit in jezelf. Wijzelf zijn zondige mensen, levend in een gebroken wereld.
Het is één van de bekendste passages uit de Belijdenissen van de kerkvader Aurelius Augustinus: de jeugdherinnering aan het stelen van peren. Naast de wijngaard van de familie van Augustinus stond een perenboom. De peren waren niet echt lekker, maar midden in de nacht ging Augustinus met enkele vrienden op pad om de boom leeg te schudden en alles mee te nemen.
Het is een herinnering aan zijn puberjaren. Wij allen hebben soortgelijke herinneringen waar we jaren later lachend aan terugdenken. Zo niet Augustinus. Met dodelijke ernst reflecteert hij als volwassen man op deze kwajongensstreek. Hij schrijft: “Dit is mijn hart, God, dit is mijn hart, waar u barmhartig naar keek in die diepe afgrond … Ik wilde mijn ondergang, ik wilde fout zijn, niet om dit of dat maar alleen om fout te zijn. Mijn ziel was mismaakt en sprong weg uit uw firmament, haar ondergang tegemoet” (Boek 2, 9).

Voor Augustinus staat hier veel op het spel. Het is niet alleen een biecht, een belijdenis van een zonde in zijn jeugd. De peren refereren namelijk aan die andere boom vol vruchten in de hof van Eden. Augustinus ziet zijn kwajongensstreek als zijn Genesis-moment. Hij wordt bepaald bij zijn eigen onvolmaaktheid. Een onvolmaaktheid die ieder van ons heeft en die volgens de leer van de kerk met de oorspronkelijke daad van Adam en Eva in de wereld is gekomen.

Voor Augustinus was dit uiteindelijk geen somber beeld, want hij geloofde heilig in de kracht van het geloof. Het geloof dat mensen telkens weer opnieuw kunnen beginnen door de verlossing in Christus. Tegelijkertijd associëren velen van ons Augustinus met een negatief mensbeeld. Was hij het immers niet die het idee van de erfzonde de wereld in heeft gebracht? Was hij het niet die de erfzonde koppelde aan de geslachtsgemeenschap tussen man en vrouw?
Augustinus’ opvattingen over de erfzonde en de totale afhankelijkheid van de genade van God, zou tot veel discussie leiden in de Latijnse kerk. In een volgende blog zullen we de reactie van de Keltische christenen zien.

Het besef dat we leven in een gebroken wereld en dat we allemaal een balk hebben in onze eigen ogen, heeft de gedachte vaak getemperd dat we de wereld naar onze eigen hand konden zetten. Weliswaar is het christendom een religie die een nieuwe hemel en aarde voor ogen heeft, maar dat is niet een visioen die door mensenhanden bewerkstelligd kan worden. Alle ideologieën en leiders die anders beweren, moeten bij voorbaat gewantrouwd worden.