Goddelijk Licht

Twee zielen wonen, ach! in de borst van het westers christendom. Enerzijds de analytische en rationele ziel die in het vorige blog zo treffend is verwoord door Peter Abelard en anderzijds de mystieke ziel. De ziel die wil opgaan in het eeuwige Licht. Het is deze ziel die de bouwers van de gotische tempels voor ogen hadden.

Het is misschien wel één van de meest typerende uitingen van het westers christendom: de gotische kathedraal. Je vindt ze overal in West Europa, van Italië tot in Engeland.  Het is de eerste vernieuwende stijl sinds de val van het Romeinse Rijk. Enkele Italiaanse architecten vonden deze vernieuwing maar niks. Eén van hen, Giorgio Vasari, bestempelde deze stijl dan ook als ‘barbaars’. Het miskent immers de traditionele romaanse architectuur. Vasari noemde het daarom ook gotisch. Een verwijzing naar de barbaarse Goten die ooit Rome onder de voet hadden gelopen.

De gotiek is in meer opzichten een breuk met het verleden. De romaanse architectuur van massieve dragende muren werd vervangen door het gebruik van ribgewelven en spitsbogen, waardoor er hogere kerkruimtes mogelijk werden. Daarnaast gaf de nieuwe stijl ruimte voor grotere raamvlakken. Het licht kreeg de ruimte.

Het is halverwege de 12e eeuw dat deze nieuwe stijl het licht ziet. Eén van de grote aanjagers is de abt van de abdij van Saint Denis in Parijs, Suger.  Hij liet zich inspireren door een oude kerkvader, Dionysius de Areopagiet (vertaald in het Frans: Denis). Van hem nam Suger het idee over dat God gezien kan worden als het eeuwige Licht. De kerk, het gebouw, het licht, moest de geest van de gelovige verheffen. Om met de woorden van Suger te spreken: “Dan lijkt het me dat ik mezelf zie wonen in een vreemd gebied van het universum dat niet volledig in het slijk van de aarde, noch helemaal in de zuiverheid van de hemel bestaat; en dat ik, door de genade van God, op mystieke wijze van deze lagere naar die hogere wereld kan worden vervoerd.” De kathedraal als plek waar de gelovige in contact met het goddelijke kan komen.  

In Chartres staat één van de mooiste en lichtste kathedralen. Als je met de auto richting Chartres rijdt, komt de kerk je tegemoet. Hoog steekt hij uit boven de korenvelden. Eenmaal bij de kerk valt de soberheid aan de buitenkant op. Als je aan de westzijde naar binnen gaat, kom je binnen in een paradijs van kleuren. In eerste instantie donkere kleuren. Omdat de kathedraalbouwers in de glas-in- loodramen de edelstenenstraten uit de Apocalyps  wilden nabootsen (de liefhebber leest er Openbaring 21 op na), kom je als het ware in het hiernamaals terecht.  De gotische kathedraal is daarom ook een afspiegeling van het Hemelse Jeruzalem. En hoe verder je richting het oosten van de kerk loopt, de richting van de opkomende zon, hoe lichter het wordt.
Halverwege de kerk, ter hoogte van het noordertransept, overvalt het Licht je.  Je kijkt omhoog en je ziet een prachtige rozet, bevangen in licht. Het is misschien wel de mooiste weergave van God in West-Europa.  

Afbeelding: noordelijke rozet in de kathedraal van Chartres

Gerelateerde artikelen