Opdat zij allen één zijn

Het is even wennen, misschien is de overgang te groot. Een aantal uren geleden stond ik nog op het schoolplein van mijn dochters, in de tussentijd passeerde ik de hectiek van Rotterdam en Brussel. En nu hier. Het avondlicht valt door de open deur van de kerk. De kaarsen worden aangestoken voor de iconostase, zware mannenstemmen roepen op tot gebed in de oud-Slavische taal en de geur van wierook prikkelt mijn neus. Even waan ik me in Oost-Europa, maar ik ben in een Benedictijns klooster in België, in Chevetogne.

Het is een frustratie van velen dat de Rooms-Katholieke kerk ogenschijnlijk weinig opheeft met de oecumene. Binnen de Rooms-Katholieke kerk is er lang de gedachte geweest dat uniatisme de oplossing was voor de verdeeldheid tussen de kerken. Dat betekent dat er weer eenheid zal zijn wanneer alle kerken terugkeren naar de moederschoot van de Rooms-Katholieke kerk. Vanuit die gedachte heeft de Rooms-Katholieke kerk ook geen aansluiting gezocht bij de Wereldraad van Kerken.
Het klooster van Chevetogne weerspiegelt een andere visie vanuit de Rooms-Katholieke kerk. Een ware oecumenische visie die gericht is op verzoening. De oprichter van het klooster, priester Lambert Beauduin kwam tijdens WOI in contact met de Anglicaanse kerk in Engeland. Hij was diep onder de indruk van de rijkdom van de liturgie. Na WOI, tijdens zijn docentschap in Rome, ontmoette Beauduin Russische immigranten. Zij brachten hem in aanraking met de Oosterse orthodoxie. Kerken die volgens de toen gangbare visie vanuit de Rooms-Katholieke kerk gezien werden als ketters of schismatici.
Voor Beauduin was het onverdraagzaam dat hij niet ter communie kon gaan met de christenen uit de Orthodoxe wereld en vice versa. Dat katholieken en orthodoxen niet met elkaar de gemeenschap met het lichaam en bloed van Jezus Christus in de gedaante van brood en wijn konden vieren. Dit terwijl de westerse  en oosterse kerk elkaar zoveel te geven hadden. Hij geloofde in eenheid in verscheidenheid. Uiteindelijk slaagde Beauduin erin om een klooster op te richten die de twee rites – de Latijnse en de Byzantijnse – praktiseerden. Een klooster waar oost en west letterlijk elkaar ontmoeten.
De missie van Beauduin was ‘noch proselitisme (bekeringsdrang), noch weldadigheid, noch imperialisme’. Het zou te makkelijk zijn – en getuigen van disrespect naar de orthodoxie – om arme Russische immigranten te helpen in ruil voor bekering tot de Rooms-Katholieke kerk. Voordat de opdracht van Jezus gestalte kan krijgen – opdat we allen één zijn – moeten we volgens Beauduin elkaar kennen, achten en liefhebben. In verband met de oecumene ‘is de vraag niet: wat zal de Kerk doen?’, schrijft dom Lambert, maar ‘wat zal ik doen? Iedere christen moet beginnen met in zijn eigen ziel toenadering tot stand te brengen: zijn gescheiden broeders kennen, begrijpen en liefhebben.’

Broeder Gabriël leidt me rond in het klooster. Hij blijkt een gereformeerde achtergrond te hebben. Ik zie hem de volgende ochtend participeren in de Lauden (ochtendgebed) in de Latijnse kerk. Op zondag leest hij tijdens de goddelijke Byzantijnse liturgie uit het boek Handelingen, H11, over de plaats waar de discipelen voor het eerst christenen worden genoemd. De oecumene in één persoon verenigd en bovenal in één woord: christen.

Afbeelding: De Byzantijnse kerk in het Benedictijnse klooster van Chevetogne.

Gerelateerde artikelen