Het eeuwig veranderende Woord

Gepubliceerdop jul 27, 2022

“Maar Jowie was een rustige boy en hij wilde geen buzz en redu en haters praatjes over Maria en hij dacht erover om hun relatie in stilte te verbreken, je weet toch. Gewoon net doen of hij van nix wist en het uitmaken.” Naar Mat.1:19 uit de Torrie van Mattie

De NBV21, Nieuwe Bijbelvertaling, de Statenvertaling uit 1637, de editie 1977 en de herziening daarvan, de NBG-vertaling 1951, de Naardense Bijbel, de Willibrord Bijbel,  de Groot Nieuws Bijbel, de Bijbel in Gewone Taal, Het Boek… Het aantal Bijbelvertalingen en parafrases van de Bijbel in de Nederlandse taal is enorm. Van archaïsch taalgebruik tot aan straattaal zoals de Torrie van Mattie.

Het is een eeuwenoude discussie in hoeverre je afbreuk mag doen aan de oorspronkelijke tekst van de Bijbel om deze verstaanbaar te maken voor het publiek. Het is een discussie waar vertalers door de eeuwen heen mee hebben geworsteld. Een worsteling waar ogenschijnlijk de schrijvers van het Nieuwe Testament minder moeite mee hadden. Zij parafraseerden de passages uit het Oude Testament vaak naar eigen goeddunken en husselden soms woorden uit de Griekse vertaling (de Septuagint) en de Hebreeuwse tekst door elkaar en lieten woorden weg om de boodschap beter verstaanbaar te krijgen (de liefhebber vergelijkt bijvoorbeeld Mat.12:18-21 met Jes.42:1-4).

In de loop van de eeuwen is binnen het christendom een traditie ontstaan die de heiligheid van de tekst, het geschreven Woord, benadrukt. Het is een traditie die zeer bekend is bij de Joden en ook bij de moslims. Het is een traditie die we in het westers christendom kenden met de Vulgaat, de Latijnse vertaling van de Bijbel.

Met de opkomst van het kritische denken, het inzicht dat de Vulgaat niet een perfecte vertaling is en  de herontdekking in het Westen van oudere Griekse manuscripten, komt er een bijzonder proces op gang. Enerzijds gaan theologen en taalkundigen op zoek naar de oudste en meest betrouwbare Griekse en Hebreeuwse manuscripten om tot een zo plausibel mogelijke tekst te komen, die de basis vormt voor de vertalingen. Anderzijds komt er met de opmars van het protestantisme een beweging op gang die juist zo goed mogelijk wil aansluiten in de vertaling bij de beleving van de gewone man en vrouw voor wie de Bijbel bedoeld is. Het is die spanning tussen de zoektocht naar de oorspronkelijke betekenis en de aansluiting bij de huidige tijd die voer voor discussie geeft.

Luthers uitgangspunt voor zijn Bijbelvertaling (zoals verwoord in zijn Sendbrief vom Dolmetschen uit 1530) was hierin overigens helder: “Man muss nicht die Buchstaben in lateinischer Sprache fragen, wie man soll deutsch reden, sondern man muss die Mutter im Hause den gemeinen Mann auf dem Markt drum fragen und danach dolmetschen, so verstehen sie es denn.”

In die zin zou Luther geen enkel probleem hebben met een evangelie dat opgeschreven is in de straattaal van de 21ste eeuw. Dat daarbij iets van de heiligheid van het Woord verloren gaat, lijkt van ondergeschikt belang. Heiligheid transformeert bij de protestanten langzamerhand tot iets tussen God en de mens. Het verinnerlijkt, maar daarover later meer.

Afbeelding: Titelblad van de Luther-Bijbel uit 1534. Bron: Portal Kunstgeschichte