Op een ochtend voor de poort van het Louvre

Gepubliceerdop aug 12, 2022

Hoewel godsdienstoorlogen van alle tijden lijken te zijn, is Europa getekend door de religieuze bloedbaden in de 16e en 17e eeuw. Oorlogen die het christendom tot op de dag van vandaag in een negatief daglicht stellen, waarbij maar al te vaak vergeten wordt dat de achterliggende oorzaken vaak weinig tot niets te maken hebben met theologische disputen.

Met de opkomst van het protestantisme ontstaan er de nodige conflicten tussen de katholieken en de Lutheranen. Het eerste grote vredesverdrag tussen deze partijen – bekend als de Vrede van Augsburg (1555) – wordt getekend op het moment dat een nieuwe protestantse stroming sterk in opmars is: het Calvinisme.

Het Calvinisme dat zijn naam en leer ontleent aan de Fransman Johannes Calvijn, wijkt op een groot aantal punten af van de opvattingen van Luther. Niet alleen heeft Calvijn andere ideeën over de uitverkiezing, de duiding van de eucharistie, het heffen van rente (hij is zo ongeveer de eerste die niet instemde met het renteverbod), maar bovenal heeft zijn uitgangspunt van ‘de soevereiniteit van God’ verstrekkende gevolgen.
Deze soevereiniteit van God leidt voor Calvijn tot een nieuwe kijk op de overheid: geen mens, paus of koning heeft enige aanspraak op de absolute macht. De kerk is daarom niet onderworpen aan een seculier bestuur en mag daar zelfs in opstand tegen komen wanneer de overheid christenen vervolgt. Waar voor Luther de absolute macht nog bij de staat ligt, geeft Calvijn de ruimte aan christenen (lees: Calvinisten) om tegen het gezag in verweer te komen. Misschien is het daarom niet toevallig dat deze vorm van het christendom juist aanslaat bij groeperingen die dat verzet tegen een koning als uitgangspunt hebben (denk aan de Schotten en de Hollanders).

Een nieuwe golf van godsdienstoorlogen die zich uiteindelijk over een groot deel Europa uitspreidt, begint in Frankrijk in de jaren 60 van de 16e eeuw. De Hugenoten (Franse Calvinisten) zijn sterk in opkomst. Niet alleen de lagere klasse bekeert zich tot deze vorm van het christendom, ook adellijke families worden protestants.

Na enkele conflicten en vredesverdragen tussen de katholieken en de Hugenoten, wordt het geweld aangewakkerd door een gebeurtenis die bedoeld was om juist verzoening te brengen tussen beide partijen: het huwelijk van de zus van de koning van Frankrijk, de katholieke Marguerite, met de protestantse Hendrik, koning van Navarra, in 1572.
Een mislukte moordaanslag op één van de protestantse leiders tijdens de bruiloft wekt enorme woede op bij de Hugenoten. Deze reactie jaagt op haar beurt koningin Catharina de’ Medici zoveel angst aan dat ze een tegenaanval door de regeringstroepen toestaat. De katholieke menigte begrijpt de hint en tijdens de Barthelomeusnacht en de dagen die erop volgen, worden meer dan 5000 protestanten vermoord.

Dit bloedbad en het vele geweld dat volgt tussen protestanten en katholieken is alleen maar te begrijpen tegen een achtergrond van een grote rivaliteit tussen dynastieën en rijken, waarbij religie als vehikel wordt gebruikt om groepen tegen elkaar op te zetten.
Daarnaast speelt er nog iets anders mee. De tweede helft van de 16e eeuw wordt getekend door een sterke bevolkingsgroei en bovenal door een enorme stijging van de prijzen van voedsel. Het is deze economische misère die mensen soms wanhopig doet grijpen naar de wapens. Een patroon dat zich tot op de dag van vandaag herhaalt in vele conflictgebieden.

Afbeelding: Un matin devant la porte du Louvre. Catharina de Medici die de slachtoffers van de slachting tijdens de Bartholomeusnacht inspecteert, olieverf op canvas schilderij van Édouard Debat-Ponsan, 1880. (Bron: wiki)