Via Media

Gepubliceerdop sep 9, 2022

Wanneer ik studenten iets van een anglicaanse eredienst laat zien, denken de meesten dat de Kerk van Engeland behoort tot de Kerk van Rome. Niet alleen vanwege de kleurrijke gewaden die doen denken aan de kazuivels en stola’s die gedragen worden door katholieke priesters en bisschoppen, of de plechtige rituelen die uitgevoerd worden in de anglicaanse eredienst, maar bovenal ook vanwege de muziek.

Het is bijna vijfhonderd jaar geleden dat Hendrik VIII besloot om afstand te nemen van de Kerk van Rome. Waar theologische disputen aan de basis stonden van de Reformatie bij Luther, Zwingli en Calvijn, daar waren huwelijksperikelen aanleiding voor de Engelse koning om een eigen protestantse kerk op te richten.
Enkele jaren daarvoor had paus Leo X koning Hendrik VIII juist nog geëerd met de titel ‘Fidei Defensor’ – verdediger van het geloof, vanwege zijn pamflet gericht tegen de ketterijen van Luther. En nu, in 1534, stelt diezelfde Hendrik zichzelf aan als hoofd van de Kerk van Engeland, de Anglicaanse Kerk.

Het is misschien wel vanwege die bijzondere ontstaansgeschiedenis dat vele gereformeerden, puriteinen en andere protestanten de Engelse Reformatie afdoen als ‘halfslachtig’. Want hoewel de Engelsen ook afstand hebben gedaan van de meeste sacramenten, de kloosters hebben genationaliseerd en de paus niet meer erkennen als hoogste bisschop, blijft er voor velen een katholieke geur hangen rondom de Anglicaanse Kerk. Met argusogen wordt door sommigen daarom ook de toenadering tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Anglicaanse Kerk bekeken.

Het is inderdaad waar dat de hiërarchische structuur van de Anglicaanse Kerk en de wijze waarop de erediensten worden gevierd, mijlenver afstaan van de egalitaire gereformeerden en hun sobere diensten.
Tekenend voor deze via media, deze middenweg tussen katholieken en protestanten, is de traditionele zang in veel anglicaanse kerken. Waar gereformeerden zich afkeerden van formele zang in grote kathedralen, daar besloot de protestantse koningin Elizabeth I in de tweede helft van de 16e eeuw om deze te handhaven.
Ze stelde de Rooms-Katholieke William Byrd en zijn leermeester Thomas Tallis aan om kerkmuziek te importeren, te publiceren en te verkopen en daarnaast componeerden deze mannen veel muziek voor de Anglicaanse Kerk.

Eén van de melodieën die je kan horen in het Teach me o Lord van Byrd is dan ook een Gregoriaanse  psalmodie die al honderden jaren voor Byrd bestond. En hoewel het lied in de volkstaal gezongen wordt, zoals het hoort bij protestanten, doet de melodie mensen eraan herinneren  uit welke traditie ze vandaan komen. Een praktijk die onvoorstelbaar zou zijn voor de protestanten in de rest van Europa.

Sommigen bekritiseren de moderne anglicaanse traditie omdat deze de via media zou opgeven ten gunste van de katholieke rites in de eredienst. Maar het is misschien juist de kracht van de anglicaanse traditie om een brug te slaan naar enerzijds de eisen die een dynamische moderne kerk stelt en het behouden van de waarde van de traditie. Misschien voelde Elizabeth I dat wel aan toen ze de Rooms-Katholieke Byrd de protestantse Engelse hymns liet componeren.

Afbeelding: het jongenskoor van de kathedraal van Canterbury, (bron)